Kifid, het Verbond en het NIVRE: contra expertise niet alleen de hoogte van de schade maar óók de oorzaak
Verzekeraars zetten verzekerden al decennia op het verkeerde been
Als een schade door de verzekeraar wordt afgewezen omdat de oorzaak van de schade niet onder de dekking valt, bestaat er ook geen recht op contra expertise, zo zeggen verzekeraars. Zij accepteren alleen contra expertise als de schade gedekt is en als de verzekerde het in dat geval niet eens is met het door de verzekeringsexpert genoemde schadebedrag.
In de polisvoorwaarden staat dat de (redelijke) kosten van de contra expert worden vergoed als diens werkzaamheden het vaststellen van de hoogte (omvang) van de schade betreffen. Werkzaamheden van de contra-expert die te maken met het onderzoeken en vaststellen van de oorzaak en de toedracht vallen volgens verzekeraars niet onder de dekking en die kosten willen ze dus niet vergoeden.
Er wordt bij discussie daarover gewezen naar het wetsartikel uit het Burgerlijk Wetboek dat daarover gaat, namelijk 7:959 BW.
De tekst van dat artikel is niet mis te verstaan: "de redelijke kosten tot het vaststellen van de schade gemaakt, komen ten laste van de verzekeraar”. Dus als een verzekerde -maar ook de verzekeraar- kosten maakt aan experts om de schade “vast te stellen”, dan moet de verzekeraar die kosten betalen.
Opvallend bij die wettekst is dat de wetgever daarbij extreem ruimhartig is, want de genoemde zin in het wetboek gaat verder met: “ten laste van de verzekeraar, ook al zou daardoor, tezamen met de vergoeding van de schade, de verzekerde som worden overschreden”.
Door deze onbeperkte limiet kun je dus rustig stellen dat de wetgever overduidelijk de bedoeling heeft om de verzekerde bij het vergoeden van expertisekosten zo min mogelijk te beperken en zoveel als maar mogelijk is toe te bedelen; dát is de geest van de letter in deze simpele wettekst.
Nergens uit artikel 7:959 BW blijkt dat het bij die vaststelling alléén om expertise van de schadehoogte moet gaan, de wettekst hanteert geen enkele uitsluiting en maakt dus ook geen onderscheid tussen de oorzaak en de hoogte. Het enige wat werkelijk opvalt is dat het artikel een zeer royale uitleg van de expertisekosten beoogt, dat kan zelfs een leek uit die tekst opmaken.
Ondanks dat de ruimhartigheid van het artikel afspat, hebben verzekeraars een argument gevonden waarmee ze de verzekerde toch weer willen inperken. Zij beweren dat uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat de wettekst met het woord “schadevaststelling” specifiek de hoogte van de schade bedoelt, en dus niet de oorzaak of de toedracht. Dat hebben zij in de loop der jaren zo lang volgehouden dat ook rechters die kromme gedachte hebben overgenomen. Dat maakt dat verzekeraars nu kunnen wijzen op “jurisprudentie”.
De gedachte dat (bij de vergoeding van de kosten daarvan) bij het vaststellen van een schade de oorzaak en de omvang van elkaar gescheiden moeten worden is compleet onnavolgbaar en volstrekt onlogisch. In de praktijk is er van die scheiding dan ook nooit sprake. Sterker nog, in de polisvoorwaarden van vrijwel alle verzekeraars wordt die scheiding tegengesproken.
Want in alle polisvoorwaarden staat dat een expert zich moet houden aan de Gedragscode voor Schade-expertise-organisaties, dat is een verplichte eis. En dan valt het op dat in die Gedragscode voor Schade-expertise-organisaties letterlijk en expliciet staat dat een expert wel degelijk onderzoek naar de oorzaak van de schade moet doen (citaat): "De expert zorgt ervoor dat de rapportage een gedegen en gemotiveerde vaststelling van de oorzaak, toedracht en eventueel de hoogte van de schade bevat."
Dus met hun verwijzing in de voorwaarden naar de Gedragscode voor Expertise-organisaties geven verzekeraars niet de mogelijkheid, maar zelfs de verplichting om ook te rapporteren -dus onderzoek te doen- naar de toedracht en de oorzaak. In de formulering worden oorzaak en de toedracht zelfs als eerste genoemd en pas op het eind staat dat ‘eventueel’ ook de hoogte mag worden gerapporteerd.
Let wel, het Verbond van Verzekeraars -de belangenvereniging van verzekeraars- heeft de Gedragscode voor Schade-Expertise-Organisaties opgesteld en de uitleg van 7:959 BW, voorzover die uitgaat van de parlementaire geschiedenis -waarbij de schadevaststelling met betrekking tot de oorzaak wordt uitgesloten-, wordt met de Gedragscode voor Expertise-organisaties dus nadrukkelijk tegengesproken! De betreffende verplichting staat al minstens 13 jaar in de Gedragscode.
Toedrachts- en oorzaakonderzoek is volgens de door het Verbond opgestelde Gedragscode dus meteen al onderdeel van de schadevaststelling en noodzakelijk om de dekking en daarmee de omvang vast te stellen. Contra expertise mág niet alleen onderzoek naar de oorzaak betreffen, het wordt zelfs verplicht gesteld.
Hoe logisch en redelijk deze gang van zaken is werd trouwens reeds 25 jaar geleden door de Ombudsman Schadeverzekeringen (de rechtsvoorganger van het Kifid) opgemerkt, waar deze in artikel 4.5.2 van zijn jaarverslag 2002 schrijft, (citaat): Veel maatschappijen vragen de expertisebureaus die met hen samenwerken, om ook de schadeoorzaak te onderzoeken en om daarover te rapporteren. Hieruit kan naar voren komen dat het om een niet-gedekt evenement gaat. De verzekerde komt dan in de positie te verkeren dat hij het tegenbewijs moet leveren. Voor een vergoeding van de kosten daarvan kan hij echter geen beroep op de verzekeraar doen. De vergoeding van de kosten van de contra-expert zijn immers beperkt tot het vaststellen van de omvang van de schade. Het vaststellen van de oorzaak hoort daar niet toe. Ook deze situatie doet naar mijn mening het principe van ‘equality of arms’ onvoldoende recht. Mijn voorkeur ter zake is duidelijk. Wanneer een verzekeraar zijn expert vraagt om ook de schadeoorzaak vast te stellen, dan zou die vraag, op kosten van de verzekeraar, ook aan de contra-expert en eventueel de arbiter moeten worden voorgelegd.
Het kan dus nooit zo zijn dat verzekeraars in hun polisvoorwaarden wél wijzen op de verplichting in de Gedragscode, en vervolgens een verplichte instructie -inzake onderzoek naar de oorzaak- terzijde leggen door te stellen dat zij die kosten niet vergoeden. Daarmee overtreden zij artikel 3.3 C lid 4 van de Gedragscode voor Schade-expertise-organisaties waarin het verboden wordt om in het recht op contra-expertise (volgens de polisvoorwaarden) te treden. Tegelijkertijd druist het dan óók in tegen de eigen polisvoorwaarden, die het naleven van de Gedragscode als eis stellen. Een dubbele overtreding dus.
Wat het nog interessanter maakt is dat niet alleen Het verbond van Verzekeraars die verplichting in de Gedragscode voor Schade-expertise organisaties opgenomen, maar óók de door het Verbond opgerichte en geregisseerde belangenvereniging voor experts, het NIVRE. Die heeft voor haar experts de Nivre Gedragsregels opgesteld met exact dezelfde verplichting!
Los van wat er in alle polisvoorwaarden over de Gedragscode staat is de rechtsvoorganger van het Kifid -de Ombudsman Schadeverzekeringen- dus eveneens die mening toegedaan.
Het is immers bekend dat de expertisebureaus die door verzekeraars worden ingeschakeld volledig of grotendeels economisch van hun opdrachtgever afhankelijk zijn, en als de oorzaak uitsluitend door de verzekeringsexpert zou mogen worden vastgesteld en daarna niet meer onafhankelijk kan worden getoetst, dan is er van onpartijdige schadevaststelling geen sprake meer. Nota bene: deze onredelijke misstand wordt ondanks de waarschuwing van de Ombudsman al decennia door verzekeraars in stand gehouden.
Waar dit in de praktijk toe leidt is aan de orde van de dag: de expert concludeert éénzijdig tot een niet gedekte gebeurtenis en de verzekeraar hoeft met zo'n partijdig rapport vervolgens geen dekking meer te verlenen. Bovendien kan de verzekeraar de verzekerde mooi laten weten dat er, omdat er uit het rapport van de “onafhankelijke expert” blijkt dat er geen dekking bestaat, óók geen recht op contra expertise meer is; twee twijfelachtige vliegen in één kostenbesparende klap. Met deze ongewenste en oneerlijke situatie worden verzekerden al jaren misleid.
Met het artikel 4.5.3 van hetzelfde jaarverslag, waar de Ombudsman schrijft dat een verzekeraar die geen contra expertise toestaat, dat doet voor eigen rekening en risico, hebben de verzekeraars nooit iets gedaan, het genoemde jaarverslag wordt doodgezwegen en vrijwel niemand kent het.
Wat uit het bovenstaande blijkt is dat als een schade wordt afgewezen omdat de oorzaak zogenaamd niet gedekt is, de verzekerde naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid tóch de gelegenheid moet hebben om ook dán een eigen deskundige in te schakelen. Want zonder die mogelijkheid is er geen gelijkwaardig speelveld en houden verzekeraars het monopoly op de waarheidsvinding en dat staat haaks op elk rechtvaardigheidsbeginsel!











